Energieopties > Biomassa

Biomassa

Bron: Shell Venster mrt/apr 2006

Plantaardige grondstoffen hebben zonne-energie vastgelegd in chemische verbindingen die ons energie kunnen leveren door verbranding of door omzetting in bruikbare brandstoffen. Omdat planten daarbij CO2 uit de atmosfeer fixeren, die bij het gebruik weer vrij komt, spreekt men wel van een klimaatneutrale energiebron.

Onder biomassa worden gewassen verstaan, die speciaal voor energievoorziening worden geteeld, dan wel afvalstromen uit de landbouw, veeteelt, industrie en huishoudens die hun oorsprong vinden in plantaardige of dierlijke grondstoffen. Biomassa is niet alleen (potentieel) interessant voor energievoorziening. Ook de chemische industrie zal steeds meer aangewezen worden op plantaardige grondstoffen, als aardolie duurder wordt of zelfs uitgeput raakt.

Het soort biomassa dat gebruikt wordt, bepaalt in belangrijke mate hoeveel er bespaard wordt op de kooldioxide-emissies die anders door fossiel brandstofgebruik zouden plaatsvinden. In gebieden met een intensieve landbouwpraktijk wordt bijvoorbeeld bij de productie van brandstofgewassen (fuel-crops) kunstmest gebruikt. Kunstmestproductie en - toepassing leiden tot broeikasgasemissies, wat het gunstige effect van plantaardige grondstoffen –afhankelijk van het type gewas- aanzienlijk kan beperken. Zo levert biodiesel uit koolzaad een uiterst bescheiden CO2 voordeel, maar draagt het uiteraard wel bij aan het verminderen van onze afhankelijkheid van de import van aardolie. De bijstook van hout(achtige) materialen in elektriciteitscentrales is een voorbeeld van biomassagebruik met een veel groter milieurendement.

Momenteel draagt ‘moderne biomassa’ voor ongeveer 2% bij aan de energiebehoefte in ontwikkelde landen. Dit lijkt weinig, maar met waterkracht is biomassa daarmee de belangrijkste hernieuwbare energiebron. In ontwikkelingslanden zijn 2,5 miljard mensen voor traditionele toepassingen nog altijd afhankelijk van hout, mest en andere vormen van organische brandstoffen, wat het totale aandeel van biomassa in de wereldwijde energievoorziening op zo’n 10% brengt.

De Europese richtlijn ‘transport fuel directive’ tracht te bereiken dat in 2010 5,75% van de fossiele brandstoffen voor het wegverkeer in Europa vervangen is door biobrandstoffen. We zullen in de komende jaren dus een sterke toename van het gebruik van biobrandstoffen gaan meemaken en Nederland kan daarbij een belangrijke positie opbouwen voor de doorvoer van biobrandstoffen naar het Europese achterland. Vooralsnog worden voedselgewassen als suikerriet en maïs voor bio-ethanol en in mindere mate koolzaad voor biodiesel gebruikt: de 1e generatie biomassa. Import van buiten Europa zal nodig zijn om de doelstelling te halen. Ook door de toenemende belangstelling voor het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales zal de doorvoerfunctie van Nederland versterkt worden.

Hoe sterk de inzet van biomassa zich op de langere termijn zal gaan ontwikkelen en welke gewassen en technologieën daarbij dominant worden, is nog onduidelijk. Veel scenario’s gaan uit van een aanzienlijke bijdrage tot mogelijk 20 à 30% van de energievoorziening over enkele decennia. Tegelijkertijd zal de wereldwijde vraag naar voedsel evenwel ook toenemen. Momenteel reageert de prijs van graanproducten in Zuid-Amerika al sterk op de Westerse vraag naar biobrandstoffen. Het voorkómen van competitie tussen energie- en voedselvoorziening verdient dus serieuze aandacht.

Veelbelovend is nieuwe technologie waarmee reststromen uit de voedselteelt, industrie en huishoudens kunnen worden omgezet in energie, brandstoffen en chemicaliën. Dit duidt men aan met de 2e generatie biomassaconversie. Het onderzoek naar nieuwe processen die economisch en milieutechnisch verantwoord ingezet kunnen worden zal in de komende jaren sterk gaan toenemen. Ook zoekt men naar (nieuwe) gewassen die goed gedijen op arme grond en die de hoeveelheid beschikbare landbouwgrond voor voedselproductie dus niet onder druk zetten. Interessant lijkt verder algenproductie in zee, bijvoorbeeld in nieuwe offshore windmolenparken, maar onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen. Het is verder van groot belang dat onderzoek naar nieuwe mogelijkheden voor biomassatoepassing zich niet alleen op techniek richt, maar ook op de maatschappelijke en milieutechnische consequenties ‘van akker tot tank’.

print
NODE : Nederlands Onderzoeksplatform Duurzame Energievoorziening
TYPO3 Support: TYPO3worX Ltd. | Webhosting: BB-Hosting