Elektriciteitsvoorziening

De omschakeling naar duurzame energiesystemen zal drastische aanpassingen van ons elektriciteitsdistributiesysteem vragen. In de eerste plaats leveren veel duurzame energiebronnen niet continu hun elektriciteit. Wind- en zonne-energie zijn afhankelijk van de weersomstandigheden en/of het moment op de dag. Ook decentrale kleinschalige elektriciteitsopwekking met bijvoorbeeld zonnepanelen, biogasinstallaties, micro-warmtekrachtkoppelingsinstallaties die onze CV ketels gaan vervangen, maken dat de grip van de elektriciteitsmaatschappijen op de elektriciteitsopwekking kleiner wordt. Bovendien ontstaat er ‘tweerichtingsverkeer’ over het netwerk.
Het energieaanbod gaat hiermee sterk variëren naar tijd en plaats. Het netwerk zal desalniettemin een constante spanning en frequentie voor de afnemers moeten garanderen. Onderdeel van de nieuwe ‘intelligente’ netwerken is een goede uitwisseling tussen de verschillende opwekkingsgebieden, vaak over de nationale grenzen. De liberalisering van de energiemarkt bevordert dit proces overigens. Er wordt steeds meer energie internationaal getransporteerd, waardoor de verbindingen tussen landen sterk verbetert. Gemiddeld genomen zal de transportafstand voor de elektriciteit over het netwerk toenemen. Dit effect wordt nog versterkt als we er toe zouden overgaan in zonrijke gebieden als de Sahara grootschalig zonne-elektriciteit op te wekken. Om de verliezen daarbij te beperken zijn nieuwe distributiesystemen nodig, met een hogere spanning, beter geleidende materialen, of gelijk- in plaats van wisselspanning. Al deze ontwikkelingen vragen nog veel onderzoek, naar ondermeer de besturingssystemen en naar nieuwe, veilige materialen die geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.


Achtergrond