Energieopties > Kernsplijting > Achtergrond > Techniek > Types kernreactoren

Types kernreactoren

4 generaties

Als aangegeven onder historie, worden kerncentrales ingedeeld in 4 generaties. Centrales die momenteel in aanbouw zijn, behoren tot de 3e generatie. De eerste generatie waren prototypes uit de jaren vijftig en zestig, de tweede generatie commerciële centrales die tot het eind van de vorige eeuw werden gebouwd. De kerncentrale van Borssele is dus van de tweede generatie. De derde generatie is niet radicaal anders dan de 2e, maar kent een aantal verbeteringen op het gebied van veiligheid, bedrijfszekerheid en kostprijs van de elektriciteitsopwekking. Aan de vierde generatie wordt wereldwijd veel onderzoek verricht. Hierbij gaat het om werkelijk nieuwe concepten waarbij de hele splijtstofcyclus wordt meegenomen (recycling van afval, effectiever gebruik van het uranium, enzovoort).

Lichtwaterreactoren

Binnen de derde generatie gaat het vooral om lichtwaterreactoren (LWR). Bijna 80% van alle nu in bedrijf zijnde reactoren zijn van dit type. Gewoon water is daarbij de remstof voor neutronen (zie kernsplijting) en draagt de warmte uit de kernreactie over naar de turbines die de elektriciteit opwekken. Een vijftal verschillende fabrikanten brengen lichtwaterreactoren op de markt en de hier genoemde hebben tenminste al één afnemer. Het belangrijkste onderscheid is dat naar de druk- en kokendwaterreactoren, waarvan het eerste type het meest voorkomt (58%). 21% van de kernreactoren is een kokendwaterreactor.

In lichtwaterreactoren bevinden zich tienduizenden lange (4 m), dunne (1 cm) splijtstofstaven in een waterbad. Deze staven zijn gevuld met uraniumoxide pellets waarin de kernsplijtingen plaatsvinden. Langs de splijtstofstaven stroomt water dat de warmte die bij kernsplijting vrijkomt, opneemt en wegvoert. Het water bereikt een temperatuur van enkele honderden graden celsius. De kokendwaterreactoren worden op een druk van circa 75 bar gehouden, waarbij het water kan gaan koken en de hete stoom direct de turbines aandrijft voor elektriciteitsopwekking.  Drukwaterreactoren hebben een druk van rond de 150 atmosfeer, waarbij het water vloeibaar blijft. De warmte wordt met warmtewisselaars eerst overgedragen naar een secundair watercircuit (dat dus niet direct met radioactiviteit in aanraking komt), waarin stoom wordt opgewekt voor de turbines. Kokendwaterreactoren hebben een hoger rendement omdat daarin minder warmte verloren gaat. Economisch gaat het voordeel grotendeels verloren omdat een groter reactorvat nodig is dat meer componenten moet huisvesten, zoals stoomdrogers en –afscheiders.

 

Figuur 6: Drukwaterreactor
Figuur 7: Kokend waterreactor

Drukwaterreactoren

De nieuwe European Pressurised water Reactor (EPR) wordt door Areva, een Frans/Duitse consortium (met Framatome en Siemens), momenteel in Olkiluoto (Finland) gebouwd. In Franrijk wordt in 2007 met de constructie van een EPR in Flamanville gestart. De EPR is momenteel de grootste commercieel beschikbare kerncentrale met een vermogen van 1600 MWe (4 maal Borssele). Veiligheidsconcepten zijn overgenomen uit Franse en Duitse reactoren, maar nieuw is de corecatcher onder het reactorvat, dat in geval van het volledig smelten van de reactorkern voorkomt dat deze zich kan verspreiden.  

Figuur 8: Geplande Finse EPR. Artist impression

De AP1000 is de Amerikaanse evenknie van de EPR met een iets lager vermogen (1100 MWe). Het ontwerp is vooral een sterke vereenvoudiging van eerder Amerikaanse systemen (aanzienlijk minder kleppen, pompen, kabels, enz.) met verder uitgewerkte passieve veiligheidssystemen, zoals noodwarmtetoevoer en restwarmteafvoer.

Kokendwaterreactoren

Kokendwaterreactoren worden in Amerika door General Electric gebouwd. De Economic and Simplified Boiling Water Reactor (ESBWR - 1400 MWe) zal binnenkort gecertificeerd worden. Net als bij het AP1000 ontwerp zijn ook hier verregaande vereenvoudigingen doorgevoerd. Zo wordt de reactorkern gekoeld door natuurlijke circulatie, wat de aanwezigheid van koelmiddelpompen overbodig maakt. De Nederlandse nucleaire sector heeft veel bijgedragen aan dit ontwerp, omdat de experimentele reactor van Dodewaard model stond voor het ESBWR ontwerp.

Ook de Advanced Boiling Water Reactor (ABWR – 1350 MWe) wordt geproduceerd door General Electric. Dit ontwerp is reeds gecertificeerd in Japan. Er zijn er daar inmiddels 4 in bedrijf. In Taiwan zijn drie ABWR's in aanbouw.

Gasgekoelde reactoren

Anders dan bij de lichtwaterreactoren, is het ontwerp van de heliumgekoelde kogelbed (Pebble Bed) reactoren veel vernieuwender. Men spreekt hierbij wel van de III+ generatie. De uranium splijtstof is hier niet in staven verpakt maar in kogels: bollen ter grootte van een tennisbal. Langs de bollen stroomt helium in plaats van water als koelmiddel. De reactor wordt bij hoge temperaturen bedreven (afhankelijk van het type tot zo’n 900 oC). Met het hete heliumgas worden direct de turbines aangedreven. Dit ontwerp geeft een hoger rendement dan de watergekoelde reactoren: circa 41% in plaats van 34%. Bovendien zijn deze reactoren inherent veilig. De kogels kunnen temperaturen tot 1600 oC verdragen.  

Figuur 9. Grafietkogels voor de nieuwe generatie kerncentrales

Als het koelgas wegvalt dooft de kernreactie weliswaar vanzelf, maar de bollen zullen tijdelijk nog wat verder opwarmen dan de bedrijfstemperatuur. De kogels zijn bestand tegen die piektemperatuur, waardoor het radioactieve materiaal ook bij de meest ernstige processtoring binnenin de bollen blijft. Omdat de reactor de warmte goed aan de omgeving moet kunnen afdragen in geval van zo’n calamiteit zijn de reactoren als dunne, hoge kolommen uitgevoerd (veel oppervlak, weinig inhoud). Dit beperkt het vermogen van Pebble Bed reactoren tot zo’n 160 MWe.  In Zuid-Afrika is een traject aangezet voor de bouw van een eerste PMBR- Pebble Bed Modular Reactor-, met de bedoeling op termijn 10 reactoren te combineren tot een 1600 MWe centrale. Volgens de huidige planning start de bouw in 2008 en is de eerste demonstratieplant 4 jaar later operationeel. De eerste commerciële PMBR reactoren zouden dan in 2016 gereed kunnen zijn.

Figuur 10: Zuid-Afrikaanse PMBR

De Chinese HTR-10 is een kleine pebble-bed testreactor, waarmee men proefondervindelijk heeft aangetoond dat de claim van inherente veiligheid juist is. Als de koeling wordt onderbroken, keert het systeem vanzelf naar een veilige toestand. Het bedrijven van kernreactoren op (zeer) hoge temperaturen -ca. 1000 0C- is interessant, enerzijds omdat dat het omzettingsrendement ten behoeve van de elektriciteitsproductie ten goede komt en anderzijds omdat dat op termijn de productie van waterstof mogelijk maakt. Hiervoor zijn verschillende processen in ontwikkeling. In China zal de opvolger van de HTR-10 (de HTR-PM) een groter vermogen hebben, vergelijkbaar met de systemen die men in Zuid-Afrika ontwikkelt.

Toekomstige reactoren van de 4e generatie

Met de gasgekoelde hoge temperatuur reactoren is de opmaat gezet naar de reactoren van de 4e generatie, waar wereldwijd een gecoördineerd onderzoeksprogramma voor loopt, met inbreng van universiteiten, onderzoekinstituten en reactorbouwers.

De zeer hoge temperatuur reactor (VHTR, het vervolg op de Chinese en Zuid-Afrikaanse proefrectoren) is veelbelovend, en zal als eerste uitontwikkeld zijn. Het Amerikaans INL (Idaho National Laboratory) wil in 2015 een demonstratiereactor gekoppeld aan een waterstofproductiefabriek in bedrijf hebben. In Japan is de nucleaire waterstofproductie inmiddels op laboratoriumschaal gedemonstreerd.

Andere reactortypen van Generatie-IV hebben nog een veel langer ontwikkeltraject te gaan. Het uiteindelijke doel is te komen tot een park van ‘gespecialiseerde’ kerncentrales die gezamenlijk met een hoog rendement elektriciteit en warmte produceren, het plutonium, americium en andere afvalproducten recyclen en natuurlijk uranium volledig benutten.

Enkele jaren geleden zijn door een internationaal comité zes reactortypen geselecteerd voor verder onderzoek. Naast de VHTR is de SCWR (Super Critical Water Cooled Reactor) in ontwikkeling die een zeer hoog rendement voor elektriciteitsproductie moet geven. De reactor wordt gekoeld door water op zeer hoge druk bij een temperatuur van 550 °C. Ook wordt gewerkt aan de MSR - Molten Salt Reactor waarbij de reactorkern zelf circuleert,  op hoge temperatuur draait (700 °C) en daarmee een hoog opwekkingsrendement heeft.   

Voor de vernietiging, c.q. het hergebruik van kernafval uit andere kerncentrales worden drie types snelle reactoren ontworpen, die vooral verschillen in het type koelsysteem. De GFR (Gas-Cooled Fast Reactor) maakt gebruik van helium, de LFR (Lead-Cooled Fast Reactor) en de SFR (Sodium-Cooled Fast Reactor) van respectievelijk vloeibaar lood en natrium. Anders dan bij de huidige –thermische - reactoren worden de neutronen niet afgeremd (het woord snel verwijst naar de neutronensnelheid), waardoor ook uranium 238 tot splijtstof kan worden omgezet (het ‘kweken’), en het natuurlijk uranium tot honderd maal zoveel energie levert als op dit moment. Het uranium 238 dat Nederland heeft bewaard na terugwinning uit het kernafval van Borssele zou  al voldoende zijn voor 40 jaar volledige Nederlandse nucleaire elektriciteitsopwekking met dergelijke reactoren. Bij de gasgekoelde GFR is ondermeer nog veel onderzoek nodig naar de fabricagemethoden en stralingsbestendigheid van nieuwe typen splijtstof en naar de scheidingsmethoden om bestraalde splijtstof te scheiden in de diverse fracties. Ook is de passieve afvoer van vervalwarmte nog een technische uitdaging vanwege de geringe hoeveelheid constructiematerialen in de kern waardoor de warmtegeleiding naar de omgeving sterk vermindert. De natrium en lood gekoelde reactoren maken gebruik van conventionelere splijtstofstaven. Hoewel deze technologie in het verleden al is ontwikkeld in West-Europa, Rusland, Japan en de VS, vergt de volledige recycling van plutonium en hogere actiniden in deze reactoren nog veel onderzoek. 

print
NODE : Nederlands Onderzoeksplatform Duurzame Energievoorziening
TYPO3 Support: TYPO3worX Ltd. | Webhosting: BB-Hosting