Kosten
Kosten van alternatieve energieopwekking zijn goed vergelijkbaar als we de prijs per kWh geproduceerde elektriciteit uitdrukken. Bij fossiel gestookte en kerncentrales wordt meestal gerekend met een opwekkingsprijs rond de 3-4 €ct/kWh. Voor windenergie komt men een scala van cijfers tegen en het is dus belangrijk te begrijpen waar die verschillen vandaan komen.
In de eerste plaats speelt de grootte van de molen en de locatie (hoeveelheid beschikbare wind) een belangrijke rol. De nieuwe, grote molens kunnen aanzienlijk goedkoper produceren dan de eerste molens. De opwekkosten zijn sinds de start van de huidige ontwikkeling, eind jaren '70, met 80% gedaald. Uit analyse blijkt dat bij elke verdubbeling van de afzet (gemeten in MW) de prijs van de kWh met 12% is gedaald (wat neerkomt op 5% daling van de kWh prijs per jaar), en deze ontwikkeling gaat nog steeds door. Tabel 2 toont hoe momenteel de opwekkingsprijs op land afhangt van de windlocatie en de rentelast. Op een uitstekende locatie, en met een lage rentestand is de prijs momenteel concurrerend met conventioneel opgewekte elektriciteit, maar veiliger is het te rekenen met 4-5 €ct/kWh.

- Tabel 2: Windenergieopwekkingsprijs op een landlocatie, afhankelijk van het windaanbod en de rentelast voor moderne, grote (>1 MW) windmolens, bij een technisch realistische afschrijvingstermijn van 20 jaar. bron:ECN
Afschrijving
Een belangrijke reden dat soms hogere bedragen worden gegeven – ook voor moderne molens op goede locaties - is het feit dat investeerders sneller willen/moeten afschrijven, omdat noodzakelijke financiële regelingen niet voor 20 jaar gegarandeerd zijn. In Nederland wordt windenergie sinds 2005 gestimuleerd via de Mepsubsidieregeling, die uitkeert per geproduceerde kWh, met een maximum van 18000 vollast-uren, wat in 8-9 jaar bereikt wordt. Men rekent daarom veelal met een economische afschrijvingstermijn van 10 jaar, die de opwekkingsprijs bijna verdubbelt, maar speelruimte geeft in de periode daarna, wanneer de huidige molens moeten concurreren met nieuwere, efficiëntere exemplaren.
MEP subsidie
De MEP subsidie bedraagt in 2005 overigens 7,7 €ct/kWh voor windstroom geproduceerd op het land en 9,7 €ct/kWh voor offshore windstroom. De hoogte van de Mepbijdrage wordt jaarlijks door de minister van Economische zaken vastgesteld. De Mepbijdrage is bedoeld als compensatie voor de onrendabele kosten, maar compenseert eveneens de schade die ontstaat door vervuiling bij fossiele energie. Die bijdrage voor windenergie wordt dus lager als de prijs voor andere energie stijgt, wat de algemene verwachting is.
Uit de MEP-susidie blijkt dat windenergieopwekking op zee duurder is dan op land. De investering- en onderhoudskosten zijn daar hoger dan de cijfers die tot nu toe zijn gepresenteerd. Op land geldt dat tachtig procent van de investeringskosten naar de turbine gaat, de overige circa 20% wordt besteed aan fundering, elektrische installatie, netkoppeling, consultancy, grondkosten, financieringskosten en wegenaanleg. Op zee is deze verdeling anders: dan vertegenwoordigt de turbine ongeveer 40% van de investeringskosten en zijn de totale investeringskosten dus ongeveer 2 keer zo hoog. Naast investeringen is een andere grote post die voor onderhoud, waarbij inbegrepen reparaties en verzekeringen. Deze kunnen 20-25% van de kWh kosten bedragen.
Investeringskosten
Om marktaandeel te verwerven is een nadeel voor alternatieve energiebronnen, maar ook voor kernenergie, dat de investeringskosten relatief hoog zijn. Investeerders moeten per geïnstalleerde kW dus een groter bedrag op tafel leggen dan bij conventionele centrales, waar een aanzienlijk deel van de stroomprijs wordt bepaald door de brandstofkosten, die bij stroomlevering meteen te verhalen is op de afnemer. Bij eenzelfde kWh prijs is de investeringscomponent voor duurzame energie dus groter, waarmee de terugverdientijd op geïnvesteerd kapitaal langer is, en dus minder aantrekkelijk. Bij windenergie op land bedragen de investeringskosten momenteel zo’n 1000 €/kW, voor offshore wind wordt per 2010 uitgegaan van circa 1500 €/kW.
Voor gascentrales ligt dit bedrag rond de 600 €/kW, en bij kernenergie (met een zeer lange afschrijftermijn van 40-60 jaar) rond de 2000 €/kW. Overigens zijn de sterk stijgende prijzen van fossiele brandstoffen in dit opzicht dus gunstig, omdat het risico op de loer ligt dat gedurende de afschrijvingstermijn de kWh prijzen van conventionele centrales drastisch zullen stijgen, wat hun marktpositie niet ten goede komt.
Maatschappelijke kosten
Een belangrijk aspect is ook dat de maatschappelijke kosten in deze rekensommetjes niet tot uitdrukking komen. Kosten van luchtverontreiniging, afval, klimaatverandering, opwarming van het oppervlaktewater, volksgezondheid, calamiteiten van olieverontreiniging op zee, ongelukken in de mijnbouw en het gebruik van schaarser wordende grondstoffen zijn groot, maar blijven vooralsnog buiten het gezichtsveld van de financiële partijen. Een kwalitatief beeld wordt geschetst in figuur 12.

- Figuur 12: Externe kosten van verschillende elektriciteitsopwekkingsalternatieven (kwalitatief) bron: ECN/JB
In een recente studie van de Europese commissie bedragen de kosten voor kolen tenminste 3-4 €ct/kWh, voor gas 1-2 €ct/kWh, voor kernenergie 0,2-0,5 €ct/kWh. Bij wind ligt dit bedrag bij de 0,1 €ct/kWh (ExternE, EU). Deze kosten worden tot nu toe niet toegerekend aan de kWh-kosten. Ze komen niet via de elektriciteitsrekening, maar op een andere manier wel bij de burger terecht. Als deze kosten rechtstreeks in de stroomprijs zouden worden doorberekend, zou windenergie (op land) nu al concurrerend zijn.


Achtergrond
Potentieel
Techniek